Security quiz
PISA: Providing Information about Internet Security Aspects

Wetgeving: Vervalsing van E-mail adressen

[ Inleiding ] [ Valsheid in geschriften ] [ Valse naamdracht ] [ Wetsontwerp Informaticacriminaliteit ]

Inleiding  

De vervalsing van E-mail adres zou strafbaar kunnen zijn als valsheid in geschriften of als valse naamdracht. Dit zijn echter reeds zeer oude artikels, waarvan de toepassing op E-mail niet vanzelfsprekend is.

Door de Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit (B.S. 3 februari 2001) werd een nieuw misdrijf ingevoerd, 'valsheid in informatica'.

Valsheid in geschriften

Valsheid in geschriften wordt strafbaar gesteld in de artikelen 193-214 van het Strafwetboek.

Algemeen kan men stellen dat er van valsheid in geschriften sprake is, wanneer in een geschrift, dat door de wet wordt beschermd, de waarheid wordt vervalst op een door de wet omschreven wijze, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, waaruit een mogelijk nadeel kan ontstaan.

Bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden

Bedrieglijk opzet is voorhanden wanneer men doelbewust het voornemen heeft om valsheid in geschriften te plegen.

Een geschrift

Wat een geschrift is werd door de wetgever als evident aanzien en bijgevolg niet gedefinieerd. Het was immers duidelijk dat een geschrift een (hand-) geschreven tekst was. Evenmin werd bepaald welke de gegevensdrager diende te zijn. Zo werd tot nog toe een geschrift gelijkgesteld met papier als drager van de informatie, zodat brieven, bankafschriften, kassabonnetjes, akten, telegrammen, faxen, computer print-outs daaronder vallen.

Maken echter elektronische gegevens (hier: E-mail) een geschrift uit? Volgens Professor VAN GERVEN is een geschrift de uitdrukking van een taal (ook informaticataal) die d.m.v. verstaanbare of vertaalbare tekens (alfabet, afkortingen, ideogrammen maar ook microfiches en zelfs videobanden, mits daar leestekens opstaan) gefixeerd wordt op een steun met relatieve duurzaamheid (papier, film, maar ook scherm of magnetische band). Deze brede begripsomschrijving laat toe om ook computergegevens als geschrift te beschouwen. Ook Professor BALLON beschouwt elektronische gegevens als een geschrift, ook al is er specifieke apparatuur nodig om het geschrift waarneembaar te maken en de vastlegging slechts relatief duurzaam is.

De hogere rechtspraak heeft hogervermelde redenering om elektronische gegevens als een geschrift te beschouwen nog niet bevestigd.

De juridische uitdaging bestaat er dan ook in het ontbreken van papier op te vangen wanneer er volgens de klassieke interpretatie van de juridische teksten papier moet zijn.

Een aanzet hiertoe wordt geleverd door artikel 4 van het wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, dat het oude artikel 1333 B.W. vervangt en bewijskracht toekent aan elektronische geschriften. 

 

Een geschrift door de wet beschermd

De wet beschermt authentieke, openbare, handels- of bankgeschriften en private geschriften.

In het algemeen beschouwt het Hof van Cassatie als beschermde geschriften, de geschriften die enigermate tot bewijs kunnen strekken, d.w.z. die zich aan het openbaar vertrouwen opdringen, zodat de overheid of de particulieren die ervan kennis nemen of aan wie zij worden voorgelegd kunnen overtuigd worden van de waarachtigheid van de akte of het juridisch feit in die geschriften vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten. De wettelijke bewijswaarde van het geschrift is dus van geen belang.

Private geschriften vallen onder de reikwijdte van de artikelen 193 e.v., wanneer zij van aard zijn dat zij in rechte gevolgen hebben, d.i. dat zij door het gebruik waarvoor ze werden geredigeerd, derden nadeel kunnen berokkenen en tegen hen uitwerking kunnen hebben en wanneer zij wegens hun inhoud of vorm door de gemeenschap als waar kunnen worden beschouwd.

Belangrijk is dat deze e-mails niet noodzakelijk "wettelijke bewijswaarde" moeten hebben. Een privé-geschrift is een geschrift in de zin van art. 196, ook zonder dat het daarvoor wettelijke of procedurele bewijswaarde behoeft te bezitten. Het is voldoende dat het geschrift van die aard is dat het in het gewone maatschappelijke verkeer, in een zekere mate, als bewijs kan dienen van een rechtshandeling of rechtsfeit.

E-mail is vandaag de dag een veel gebruikt communicatiemiddel in het gewone maatschappelijk verkeer. Weinigen twijfelen aan de echtheid van hun dagelijkse e-mail. Aangenomen zou kunnen worden dat deze dan ook "wegens de inhoud of vorm door de gemeenschap als waar" wordt beschouwd.

 

 

Valse naamdracht (art. 231 Strafwetboek)

Inleiding

Valse naamdracht wordt strafbaar gesteld in artikel 231 van het Strafwetboek.

Dit artikel van het Strafwetboek heeft tot doel de onzekerheid m.b.t. de identiteit (individualiteit) van de burgers tegen te gaan. De naam dient immers om ieder mens overal en op elk moment van een ander te kunnen onderscheiden. Het is een maatregel die de openbare orde raakt.

De vraag is natuurlijk of dit zeer oud artikel (19de eeuw) ook van toepassing is op e-mail. Men mag niet uit het oog verliezen dat het strafrecht beperkend moet worden geïnterpreteerd: als een (oude) strafrechtelijke kwalificatie niet meer toepasbaar is op een bepaalde hedendaagse gedraging, dan kan enkel een wetgevend ingrijpen een oplossing bieden.

Voor het bestaan van het misdrijf, moeten vier elementen worden bewezen:

 

Het aannemen van een naam

"Aannemen" vereist een actieve persoonlijke daad van de betrokkene. Dit is niet het geval wanneer iemand een naam, die hem door een derde wordt gegeven of toegeschreven, niet weerlegt

Enkel de familienaam wordt beschermd. Het gebruik van een valse voornaam is dus niet strafbaar.

 

Die de persoon niet toekomt

Elke familienaam die iemand aanneemt en die niet overeenstemt met de familienaam, zoals deze in zijn geboorteakte neergeschreven staat, is een valse naam.

Toegepast op e-mail is er dan sprake van valse naamdracht als men een e-mail adres aanmaakt dat niet overeenkomt met de familienaam in zijn geboorteakte. Hierbij is het om het even of iemand de naam van een welbepaalde persoon aanneemt, dan wel een pure fantasienaam. Het is dus niet vereist dat de valse naam derden zou kunnen schaden of voor hen gevolgen zou kunnen hebben.

 

In het openbaar

Het begrip ´´in het openbaar´´ heeft hier niet zijn gebruikelijke betekenis: een relatieve openbaarheid volstaat. Het volstaat dat de valse naam zichtbaar of aanwijsbaar aangenomen wordt. In een niet-elektronische context hebben we zo het klassieke voorbeeld van het onder een valse naam inschrijven in een hotelregister, dat eigenlijk geen openbaar geschrift is, maar waarvan niettemin talrijke personen inzage verkrijgen. Openbaarheid is niet voorhanden bij een privégesprek of in een vertrouwelijke brief.

Toegepast op E-mail houdt het in dat, als men valselijk een e-mail adres aanneemt (dat aan iemand anders toekomt), en dat e-mail adres is enigszins openbaar (het bevindt zich b.v. op de Who is who -pagina´s, of in een openbaar E-mail adressenbestand zoals ´´Ad Valvas´´ ), men onder deze bepaling valt.

Opzet

Voor de toepassing van art. 231 Strafwetboek volstaat het zogenoemde "algemeen opzet" (wetens en willens handelen): het is niet vereist dat de dader de bedoeling heeft zijn identiteit te verbergen, maar het volstaat reeds dat hij wil doen of laten geloven dat de valse naam werkelijk zijn naam is (algemeen opzet onderscheidt zich van bijzonder opzet, waar men gaat kijken naar de motieven van een bepaald handelen).

We lichten dit toe met het gebruik van pseudoniemen in literatuur, kunst, film. Dit is niet strafbaar krachtens art. 213 Strafwetboek, tenzij dit zou gebeuren met de bedoeling om te willen doen of laten geloven dat dit de echte familienaam van de betrokkene is of tenzij men dit pseudoniem veralgemeend zou gebruiken voor alle handelingen van het publieke en sociale leven. Valt wel onder art. 213 Strafwetboek, als het pseudoniem (e-mail b.v.) dat men gebruikt een naam is die reeds gebruikt wordt door een derde in dezelfde artistieke sector en die de reële naam van die derde is.

Wanneer ik bijvoorbeeld via mijn email-adres clinton@hotmail.com" iets on-line bestel, maar uit mijn mail blijkt duidelijk dat ik een andere naam heb (ofwel staat vóór het e-mail adres clinton@hotmail.com mijn werkelijke naam, ofwel staat mijn werkelijke naam in de body van mijn e-mail), dan ontbreekt het opzet om een valse naam aan te wenden.

Wanneer ik op dezelfde manier iets bestel maar ik laat met opzet uitschijnen dat Clinton mijn werkelijke familienaam is, ben ik strafbaar.

De opzet-vereiste betekent dus dat ik niet strafbaar zal zijn wanneer de verwarring omtrent mijn naam louter te wijten is aan mijn onzorgvuldigheid (er moet immers opzet zijn, en onzorgvuldigheid is geen opzet): indien ik in mijn on-line bestelling dus zou vergeten mijn ware naam te specifiëren (d.w.z. ik ben onvoorzichtig geweest) maar ik heb niet de bedoeling gehad om mij als Clinton voor te doen, val ik niet onder art. 231 Strafwetboek.

 

Informaticacriminaliteit

Door de Wet Informaticacriminaliteit werd het misdrijf 'Valsheid in informatica' in het Strafwetboek ingevoerd.

Artikel 210bis luidt als volgt:

"§1. Hij die valsheid pleegt, door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in te voeren in een informaticasysteem, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van dergelijke gegevens verandert, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen.

§2. Hij die, terwijl hij weet dat aldus verkregen gegevens vals zijn, hiervan gebruik maakt, wordt gestraft alsof hij de dader van de valsheid was.

§3. Poging tot het plegen van het misdrijf, bedoeld in §1, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot vijftigduizend frank of met een van die straffen alleen.

§4. De straffen bepaald in de §§ 1tot 3 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 259bis, 314bis, 504quater of in titel IXbis."

Commentaar

Wanneer men elektronische gegevens door middel van informatica wijzigt ('datamanipulatie') zodat de juridische draagwijdte van deze gegevens verandert, is men strafbaar onder artikel 210bis Sw. In tegenstelling tot de gemeenrechtelijke valsheid in geschrifte wordt er geen bijzonder opzet vereist.

Of de gegevens in kwestie een juridische draagwijdte hebben is een feitenkwestie.

Hij die wetens en willens gebruik maakt van de vervalste gegevens wordt gestraft alsof hij de dader van de valsheid was, net zoals bij valsheid in geschrifte.

Poging tot het plegen van valsheid in informatica is eveneens strafbaar.

De wet voorziet in een bijzondere regime bij herhaling, dat strenger is dan de gemeenrechtelijke regeling, nl. een verdubbeling van de straf.


OSTC The PISA-project is financed by the OSTC, Belgian Federal Office for Scientific, Technical and Cultural Affairs (DWTC - SSTC).
Project description of PISA
URL: http://pisa.belnet.be/pisa/pisa.htm

PISA Home Page