Tekst
Inleiding
Speerwerpen is een atletiekproef waar veel
kwetsuren voorkomen. Enkele oorzaken voor de vele kwetsuren zijn:
- De hoge snelheden die bereikt worden. Wereldtoppers werpen af tegen 115 km/uur.
- Een deel van die snelheid wordt bekomen door het plots afremmen
van lichaamsdelen zodat de energie via een kinetische keten in een
volgend lichaamsdeel en uiteindelijk in de speer terechtkomt.
- Speerwerpen is een combinatie van lineaire en rotatiebewegingen.
- De belastbaarheid van het elleboog- en schoudergewricht bij een
gemiddelde volwassen man zou overeenkomen met de krachten
die optreden
bij worpen van rond de 40 tot 50 meter (elleboog) en 50 tot 60 meter
(schouder).
De belastbaarheid bij de jeugd is nog minder.
Techniekfouten kunnen de belasting op deze gewrichten sterk verhogen.
Door de juiste training kan de belastbaarheid van deze gewrichten sterk verhogen.
Een speerwerper dient voldoende aandacht te besteden aan
kwetsurenpreventie. Het risico op blessures blijft altijd bestaan,
door aandacht te schenken aan kwetsurenpreventie kan de kans
op kwetsuren wel sterk verminderd worden.
Gezien een niet-professionele speerwerper nu al tijdsgebrek heeft
om al het nodige te trainen, trachten we in deze tekst ook tips
mee te geven om de kwetsurenpreventie efficient in de trainingsplanning in
te passen.
Een eerste voorwaarde voor een goed preventiebeleid is dat men
weet welke problemen er zich kunnen voordoen.
De volgende kwetsuren komen regelmatig voor bij speerwerpers:
- Elleboog en schouderblessures
zijn typisch voor speerwerpers en voor andere bovenhandse werpers zoals baseball pitchers, handballers, ...
- Rugblessures zijn typisch voor sporten waarbij er een extensie van de rug is (speer, turnen, polsstok, ...).
- Lieskwetsuren zijn typisch voor alle werpnummers.
- Kniekwetsuren komen vooral voor bij gevorderde
werpers die er in slagen hun blokkeerbeen gestrekt te houden.
- Knie, enkel, achillespees, hamstring en voetblessures zijn soms het gevolg van de werpbeweging, ofwel zijn ze
het gevolg van de fysieke training (power, spurt, sprongen, ...) zoals
alle werpers, springers en spurters ze doen.
Problemen en preventie liggen zowel op het vlak van techniek als van de
conditionele training.
Opdat deze tekst ook nuttig zou zijn voor niet speerwerper(trainer)s, worden
de algemene principes eerst besproken.
Algemene principes kwetsurenpreventie
Train uitgerust
Een training rendeert alleen wanneer men voldoende uitgerust is. Onvoldoende
uitgerust starten met techniek-, spurt-, sprong- of plyometrietraining
verhoogt de kans op blessures aanzienlijk. Wanneer men verschillende
trainingsitems verwerkt binnen één training, dan doet men best eerst
de zonet vernoemde trainingsitems. Kracht- lenigheids- of conditietraining gebeurt
eventueel na de spurt, sprong of techniektraining.
De rustpols is een eenvoudige indicatie voor de mate van vermoeidheid.
Een verhoogde rustpols wijst op oververmoeidheid of (opkomende) ziekte.
Het kennen en respecteren van de supercompensatietijden van een atleet
is belangrijk.
(verduidelijking supercompensatie)
Andersom gezegd, atletiek is een levenswijze waarbij men
er voor zorgt om uitgerust aan de volgende training te beginnen.
Stretchen
Lenigheid en lenigheidstraining kunnen bijdragen tot het
vermijden van kwetsuren of ... kunnen net de oorzaak zijn van kwetsuren.
Om het belang van lenigheidstraining in te schatten dient men te begrijpen
welke veranderingen er optreden bij lenigheidstraining. Door lenigheidstraining
gaat men een spier zeker niet verlengen of gaat men de mechanische stijfheid niet verbeteren. Door lenigheidstraining gaat men wel een
verminderde pijnsensatie krijgen in de spier wanneer deze uitrekt,
en gaat de weerstand tegen rekken verminderen.
Daardoor krijgt men in de
gewrichten een verbeterde ROM (range of motion).
De kernvraag is of een verbeterde ROM ook een verbetering is
voor het vermijden van kwetsuren
(of voor het leveren van betere prestaties).
Men dient een verbeterde lenigheid steeds te vergelijken met de verhoogde
eis van stabiliteit (dynamic stability). Wanneer de weerstand tegen rek
vermindert en de ROM verhoogt betekent dit automatisch dat de
stabiliteit ook dient te verhogen.
Een voorbeeld maakt dit duidelijk: neem een atleet met elleboogproblemen
bij het speerwerpen en hamstringproblemen bij het spurten.
Elleboogproblemen
zijn dikwijls het gevolg van stijve schouders, waardoor de schouder niet
kan ingedraaid worden en er veel meer belasting op de elleboog komt.
Leniger schouders kunnen dan een oplossing betekenen voor de elleboogproblemen.
Hamstringproblemen zijn dikwijls een gevolg van stabiliteitsproblemen
in bekken of onderrug. Door de hamstrings te rekken krijgt men
bijvoorbeeld een grotere ROM in de heup en vergroot de looppas. Door die
grotere looppas wordt de belasting voor het stabiel houden van bekken
en onderrug nog vergroot. Indien er niets gedaan wordt aan de verbetering
van bekken- en rompstabiliteit dan verhoogt de belasting op de hamstrings.
In bovenstaand voorbeeld wordt de atleet geholpen door een verbeterde
schouderlenigheid, maar niet door een verbeterde hamstringlenigheid.
Om het probleem van de hamstrings op te lossen is een verbeterde
bekken- en rompstabiliteit nodig.
Bij het rekken dient men onderscheid te maken tussen:
- Rekken om een verhoogde ROM te bekomen (of om een bestaande ROM
te behouden).
Hiervoor voert men
statische
rekkingsoefeningen uit tot aan of net voorbij de pijngrens.
Dit soort stretching voert men uit als aparte training of
op het einde van een trainingssessie, nooit tijdens de opwarming. Door dit soort training vermindert de tonus van de spieren. Wordt
een spier met een verlaagde tonus zwaar belast (bv. spurttraining), dan
verhoogt de kans op blessures aanzienlijk. Een goed moment
voor trainingen om een
verbeterde ROM te krijgen is door deze uit te voeren
na een krachtoefening:
door de vermoeidheid is de weerstand tegen rek dan reeds afgenomen.
- Rekken tijdens de opwarming.
Hier doet men best dynamische
oefeningen, die men eerder onder de noemer beweeglijkheidsoefeningen
kan thuisbrengen dan onder de noemer rekoefeningen. De bedoeling van
de opwarming is oa de bloedcirculatie te laten toenemen, de
spiertemperatuur te laten stijgen en om neuromusculaire patronen
te activeren. Om dit te bereiken voert men best
na het warmlopen beweeglijkheidsoefeningen uit voor de spiergroepen
en bewegingsvormen die men bij de daaropvolgende training gaat
gebruiken.
Een uitgebreide statische reksessie tijdens de opwarming
is nog voor een andere reden uit den boze: de verhoogde bloedcirculatie
en spiertemperatuur verdwijnt terug door een lange statische
reksessie. Uiteraard kan men tijdens de opwarming enkele statische
rekoefeningen uitvoeren (kuiten, adductoren, ...), maar de tijdsduur van dit
gedeelte moet beperkt worden, en bij het rekken mag men niet tot aan de
pijngrens gaan.
- Rekken na de training.
Statisch rekken na de training bevordert de recuperatie.
Door te stretchen na de training kan men de bestaande lenigheid
onderhouden.
Een groot verschil tussen actieve en passieve lenigheid zou een
betere indicatie zijn voor blessuregevoeligheid dan het
lenigheidsniveau dat iemand heeft.
Spier(on)evenwichten
Er zijn verschillende soorten spieren die belangrijk zijn bij een beweging,
we noemen er hier drie op:
- agonisten: de spieren die verantwoordelijk zijn voor een beweging
- antagonisten: de spieren die bij de samentrekking van een agonist
de tegengestelde beweging uitvoeren of de beweging afremmen
- stabilisatoren: stabiliseren een gewricht bij een beweging
Eénzelfde spier kan bij een bepaalde beweging als agonist werken, bij een andere beweging als antagonist werken, en bij een derde beweging als stabilisator
optreden.
Vele atleten trainen alleen de agonisten van een werpbeweging. Bij het
werpen zelf gaan de agonisten veel sterker getraind worden dan de
antagonisten. Eenzijdige powertraining kan dit effect nog versterken.
Neem bv. een speerwerper die enkel maar werpt (met speren en ballen),
en als krachttraining voor de schouders en armen enkel maar bankdrukken
en pull-over uitvoert. De voornaamste spieren van schouders en armen
die getraind worden zijn dan de pectoralis major,
de latissimus dorsi en de triceps (de 'prime movers'). Na verloop van tijd krijgt men
dan spieronevenwichten doordat de antagonisten en stabilisatoren
(biceps, supraspinatus, ...) onvoldoende getraind worden. De kans op blessures
vergroot en men kan zelfs houdingsafwijkingen creeëren.
Eens men een zeker niveau bereikt
dient men de antagonisten en de stabilisatoren evenveel te trainen
dan de agonisten.
Best laat men de krachtsverhouding van de agonisten/antagonisten
niet meer dan 20% stijgen.
Een preventief onderzoek (lichaamsscreening) door een gespecialiseerde arts of kinesitherapeut
(sportarts, sportkinesitherapeut of manueel therapeut) die iets
van de werpbeweging kent is zeker aan te raden.
Deze mensen kunnen
de spier(on)evenwichten goed inschatten, en tevens een oordeel
vellen over de ROM waarover we het gehad hebben in het deel over
stretching.
Ervaren trainers die over de jaren heen gegevens
van verschillende atleten verzameld hebben zullen bepaalde
onevenwichten tijdig merken, vooral aan de 1RM waardes van de
verschillende oefeningen in de powerzaal.
Spieronevenwichten kunnen in
theorie ook via een labotest op isokinetische toestellen gemeten worden.
De functionaliteit van deze testen voor topsporters wordt echter steeds
meer in twijfel getrokken.
Stabilisatietraining zou een voornaam deel moeten uitmaken van de
training van een speerwerper. Eigenlijk zou men in de loop van de
atletencarrière eerst stabilisatietraining moeten doen, en pas daarna starten
met krachttraining voor de prime movers.
Stabilisatietraining is niet enkel nuttig als preventie tegen blessures,
wanneer de stabiliteit groter wordt dan kunnen de prime movers ook
efficiënter werken en zal de prestatie verbeteren.
Verbeteren van aangeboren spieronevenwichten of het verbeteren
van de ROM in bepaalde gewrichten
zou reeds op jonge leeftijd moeten gebeuren.
Uit ervaring weet men dat er naast de specifieke training ook een
belangrijk deel algemene training moet zijn, vooral bij de jeugd.
Deze algemene training is uiteraard goed om alle spieren te trainen,
maar het blijft toch een beetje in het wilde weg schieten waarbij
men op goed geluk iets tracht te raken (= spieronevenwichten, coördinatie of
ROM verbeteren). Maar evengoed kan men er telkens naast schieten.
Bij de speerwerpende jeugd een deel specifiek werken is toch aangeraden,
niet zozeer
om de prestaties snel op te drijven, wel om de mankementen in
de fysieke conditie op te sporen en gericht te verbeteren.
Pees- en gewrichtstraining
Bij atletiektraining denkt men vooral aan de spieren en het cardiovasculair
systeem. Voor een proef zoals speerwerpen is de sterkte van pezen,
gewrichten en ligamenten ook zeer belangrijk. De sterkte van pezen
en gewrichten is niet alleen in het kader
van kwetsurenpreventie belangrijk, sterke pezen dragen
ook bij tot een betere prestatie. Speerwerpen kan men immers aanzien als een lange
kinetische keten van voet tot hand waarbij de snelheid van een
lichaamssegment overgedragen wordt naar een volgend lichaamssegment.
Deze overdracht gebeurt via de spieren, de pezen en de gewrichten.
De vraag is hoe men pezen en gewrichten best traint.
Peestraining kan men het best realiseren via plyometrie (bv. meersprongen
en dieptesprongen voor de onderste ledematen, medicinbaloefeningen
voor de bovenste ledematen). Plyometrietraining is zeer belastend
en moet geleidelijk opgebouwd worden.
Excentrische krachttraining, statische krachttraining en maximale
krachttraining zijn ook uitstekende vormen van peestraining.
De krachttoename in de pezen verloopt twee keer trager dan bij spieren
voor nieuwe kracht. Bij hernieuwde kracht (= een krachtsniveau
dat men ooit gehad heeft maar ondertussen verdwenen was) gaan de
spieren veel sneller hun oude krachtsniveau terug halen ten opzichte
van de pezen. Na een kwetsuur dient men bij speerwerpen terug
geleidelijk op te bouwen zodat de pezen voldoende tijd krijgen
om te versterken.
Gezien pezen minder goed doorbloed worden dan spieren is de
supercompensatietijd bij peestraining groter dan bij spiertraining.
Bij oefeningen waarbij vooral de spieren aangesproken worden ligt
de supercompensatietijd meestal op twee dagen, voor oefeningen
waarbij vooral de pezen belast worden neemt men best 3 of 4 dagen
als supercompensatietijd.
Gewrichtstraining gebeurt best door een combinatie van
enerzijds krachttraining
en anderzijds trainingen met een langdurige belasting, bij voorkeur een
training waarbij lichte schokken optreden (bv. gewoon joggen voor
de versteviging van enkels, knieën, heup ..., of
volleybalsmashes of houthakken voor de versteviging van elleboog- en
schoudergewricht).
Gewrichten traint men ook best buiten de ideale bewegingsbaan,
loop of spurt regelmatig op licht oneffen terrein zoals gras
of een bosweg in plaats van steeds op de piste te lopen.
Gevorderde werpers werpen als training best ook al eens buiten
de normale bewegingsbaan (er naast kloppen),
net om de gewrichten en ligamenten te versterken. Uiteraard gebeuren deze
worpen niet op volle snelheid.
Met veel verschillende materialen werpen is ook een goed trainingsprincipe
voor het verstevigen van pezen en gewrichten.
Een conditietraining zoals zwemmen is goed voor de beweeglijkheid
en de algemene conditie, maar bij het zwemmen (en bv. ook het fietsen)
worden de pezen en gewrichten maar weinig getraind.
Lopen, maar vooral langlauf, schaatsen of skeeleren
zijn niet alleen een goede conditietraining, maar ook goed voor
het verstevigen van pezen en gewrichten.
Voor de krachttraining werkt men best met losse gewichten in plaats van met
toestellen.
Op die manier traint men ook de pezen, de gewrichten en de coördinatie.
Een speerwerper die al enkele jaren traint werpt best het hele jaar
door, ook tijdens de winter. Op die manier blijven de pezen en gewrichten
specifiek belast. Net zoals bij spieren is het voor pezen en gewrichten
belangrijk om ze specifiek te belasten.
Doet men in de winter enkel maar conditie- en krachttraining,
dan begint men tijdens het voorseizoen met sterke spieren maar
onvoldoende verstevigde pezen,
met alle mogelijke gevolgen vandien.
Opwarming
De bedoeling van een goede opwarming is oa om de bloedcirculatie, de
stofwisseling en de spiertemperatuur te verhogen. Een minuut of
5 joggen gevolgd door andere bewegingsoefeningen waarbij alle
spiergroepen worden geactiveerd is voldoende. Ook de neuromusculaire
bewegingspatronen moeten geactiveerd worden door beweeglijkheids- en
rekkingsoefeningen uit te voeren.
(zie het deel over stretchen)
Geleidelijke opbouw
Om kwetsuren te vermijden dient de opbouw geleidelijk te gebeuren,
zowel binnen één training als binnen de trainingsplanning:
Bv. geleidelijke opbouw van de krachtinzet bij een werptraining: een
speerwerper met een record van 50 meter (stand) en 70 meter (aanloop)
begint best met standworpen van 30, 35, 40, 45 en pas daarna
50 meter. Daarna worpen met 1 impulspas van bv. 45, 50, 55
en 60 meter. Daarna worpen met aanloop van 55, 60, 65 meter en pas
daarna voluit gooien.
Een voorbeeld van de opbouw in de trainingsplanning naar dieptesprongen tussen banken van 40 cm hoog: trappen springen, huppelsprongen, loopsprongen met 3 tussenpassen, loopsprongen met 1 tussenpas, loopsprongen, hinken, dieptesprongen tussen banken van 20, dan 30 en dan pas 40 cm.
Mathematisch kan men kwetsuren bekijken als een onevenwicht tussen
belasting en belastbaarheid. Zorg er voor dat de belastbaarheid
verhoogt voordat de belasting verhoogt. Verhoog eerst het volume van
de training, verhoog pas daarna de intensiteit.
DOMS (Delayed Onset Muscle Soreness = de dagen nadien nog stijf zijn)
is een indicatie dat er te hard werd getraind. No pain, no gain
is niet altijd correct.
Enkele tijdstippen waarop een geleidelijke opbouw dikwijls vergeten wordt:
- Stages: tijdens stages gaat men het trainingsvolume meestal sterk
opdrijven. Dikwijls is men niet goed uitgerust (reis, later gaan
slapen, ...).
- Na een kwetsuur.
Luister naar uw lichaam
Vele kwetsuren ontstaan langzaam en worden steeds maar erger.
In het begin is er een stijfheidsgevoel of lichte, draaglijke pijn, maar men
kan eigenlijk doortrainen. Best traint men niet door, maar
tracht men de oorzaak van de pijn te achterhalen en het probleem op te lossen.
Toch een kwetsuur: RICE
Wanneer men toch een kwetsuur oploopt zoals een verstuiking,
verrekking of een scheur dan dient men
het RICE principe toe te passen:
- Rest: rust, train niet verder
- Ice: leg ijs of iets anders dat koud is op de geblesseerde plaats
- Compression: leg een drukverband aan (na het stoppen van de vorige stap)
- Elevation: breng het getroffen lidmaat in hoogstand
De bedoeling van het RICE principe is om de bloeding en de zwelling
tegen te gaan. Een veel voorkomende fout is dat men te vlug
start met het smeren van zalven.
Deze zalven verhogen meestal de doorbloeding. Pas na 24 tot 48 uur
heeft het zin om zalven te gebruiken.
Consulteer een sportarts voor een juiste diagnose. Zoek samen met arts/kiné/atleet/trainer naar de mogelijke oorzaken van de blessure en pas
eventueel het trainingsschema aan.
Deze tekst bevat informatie over blessures, maar het is zeker niet de bedoeling
dat men deze tekst gebruikt om een diagnose te stellen.
Procedure ongevalaangifte VAL
Zelfs met de beste voorzorgen raakt iedere speerwerper ooit wel eens
gekwetst. Op dat moment is het van belang om zo snel mogelijk
professionele hulp te krijgen van dokter en/of kinesitherapeut, en er voor
te zorgen dat dit geen dure aangelegenheid wordt.
Via de VAL is men verzekerd tegen ongevallen en acute (plots optredende)
blessures (men is niet verzekerd tegen chronische blessures).
Velen weten dit
niet eens, of kennen de te volgen procedure niet. Hier is ze:
- Vraag een formulier "ongevalaangifte" aan de secretaris van
de club. Topatleten trainen dikwijls niet op de clubtrainingen,
zij zouden steeds zo'n formulier bij de hand moeten hebben.
- Ga naar een dokter en laat dit formulier invullen. Vraag
daar ook eventuele attesten voor vrijstellingen van turnlessen
of afwezigheid bij kampioenschappen. Eventueel schrijft de arts
een behandeling bij een kinesitherapeut voor.
- Volledig ingevuld formulier (dokter + atleet en/of ouders)
terugbezorgen aan de secretaris van de club. Het formulier dient
8 dagen na het ongeval bij de VAL toe te komen.
- VAL stuurt formulier naar de verzekeraar, die opent een dossier.
Hiervan krijgt u melding.
- Hou alle kosten van dokter, apotheker en kinesitherapeut bij.
- Vraag aan de dokter een bewijs van genezing.
- Vraag aan het ziekenfonds een afrekening van alle kosten
die ten laste waren van de atleet (totale kosten - remgeld).
- Stuur alles op naar de verzekeraar.
- Kosten die niet door de mutualiteit vergoed werden worden
door de verzekeraar vergoed.
Uiteraard kan men enkel van deze verzekering gebruik maken indien
alles in orde is met lidgeld en doktersattest. Zorg er voor
dat atleten met alles in orde zijn voor 1 november wanneer het
nieuwe atletiekjaar begint.
Voeding
Over (sport)voeding kan men hele boeken schrijven of lezen, we halen
hier enkele hoofdpunten aan:
- Een gewone, gezonde voeding volstaat normaal voor een speerwerper.
Ongezonde voeding en overgewicht kunnen bijdragen tot het optreden van kwetsuren.
- Indien men denkt van iets tekort te hebben laat dat dan onderzoeken,
en grijp pas daarna naar een supplement.
- Vooral bij jongeren die zich laten beïnvloeden door reclame is
er dikwijls een gebrek aan kennis over gezonde voeding.
- Dikwijls is de kennis er wel, maar kan men zijn eetgedrag
niet wijzigen zonder hulp en begeleiding. Ook hierover is
de kennis de laatste jaren sterk vooruitgegaan.
- In de USA slikken speerwerpers (vooral de masters) preventief
glucosamine en chondroïtin. Dit zijn medicamenten die zouden helpen
bij patiënten met arthrose en kraakbeenproblemen.
Men gaat er van uit dat ze
helpen bij de aanmaak van nieuwe kraakbeencellen.
- Drink voldoende voor, tijdens en na de training. Plat water
of isotonische sportdranken zijn het best. Cola, limonades en koffie
werken uitdrogend en zijn te vermijden.
Controleer eventueel de kleur van de urine tijdens en na een training: een
gele kleur geeft aan dat er iets niet pluis is (onvoldoende
gedronken of iets anders).
Alternatieve proef
Voorzie bij jeugdige atleten een alternatieve atletiekproef die ze kunnen
beoefenen bij een kwetsuur, of waarnaar ze kunnen omschakelen indien
een kwetsuur een verdere speerwerpcarrière onmogelijk maakt.
Wie geschikt is voor speerwerpen is meestal ook geschikt voor
andere atletiekproeven.
Elleboog
De meest typische speerwerpkwetsuur is een elleboogkwetsuur.
Er zijn verschillende varianten van elleboogkwetsuren, het meest
voorkomend bij speerwerpers zijn problemen
met het Ulnar Collateral Ligament (UCL), meer specifiek de
anterior band van de UCL (Little leaguer's elbow).
Tijdens de werpbeweging is er zeer veel spanning op dit ligament.
Andere elleboogkwetsuren zijn mediale epicondylitis (golfelleboog),
laterale epicondylitis (tenniselleboog)
en in uitzonderlijke gevallen mediale apophysitis.
Epicondylitis
is de ontsteking van de pezen van de voorarmspieren op de plaats waar
ze aanhechten aan de elleboog. De epicondylen zijn de twee uiteinden van
het bovenarmbeen (humerus). Mediaal = binnenkant, lateraal = buitenkant.
Apophysitis is een ontsteking van de groeiplaat.
(tekening UCL)
(tekening Epicondylitis)
(tekeningen en foto's Elleboog)
Naast deze kwetsuren kunnen er nog andere kwetsuren optreden aan de elleboog,
maar meestal zijn de problemen met de UCL of epicondylitis de oorzaak
van die andere problemen.
De eerste symptomen zijn meestal pijn aan de binnenzijde van de elleboog.
Ook de spieren in de onderarm kunnen stijf en pijnlijk aanvoelen.
In sommige gevallen kan de elleboog bij het buigen en het strekken pijnlijk
aanvoelen en kraken.
De oorzaken van elleboogproblemen zijn:
- Rotatie van de voorarm (verwringing tussen spaakbeen en ellepijp).
- De buiging (flexie) van de elleboog: bij een flexie van de elleboog biedt
het UCL veel minder steun aan het gewricht.
- Overdreven flexie of extensie van de pols: het zijn deze spieren die
aanhechten aan de elleboog. Door de contractie van deze spieren neemt
de belasting op de elleboog toe.
Rotatie van de voorarm en flexie van de elleboog kan
men vermijden door
vanuit de schouder te werpen, niet vanuit
de arm. Aanzie de arm als een verbinding tussen schouder en speer.
De schouderas mag afwijken van de horizontale (rechterschouder hoger dan
de linkerschouder),
zodanig dat de speer rechtlijnig kan bewegen zonder de elleboog al te veel te
verwringen of te buigen.
(zie foto's afworp en bekijk de hoek van de schouderas met de horizontale)
Speerwerpbeloften hebben allemaal een goede arm. Meestal heeft men
dan de neiging om daar niets aan te wijzigen. Het werpen vanuit de schouder
is echter iets dat men zelden van nature uit doet, en dat moet
aangeleerd worden.
Er is echter een maar: werpt men vanuit de schouder en met een
stevig linkerblok dan verhoogt de belasting op rug en blokkeerknie:
deze dienen eerst versterkt te worden. Zie verderop in deze tekst.
Wanneer de elleboog tijdens het afwerpen onder het niveau van de
schouders zakt dan vergroot de kans op elleboogproblemen aanzienlijk.
In oudere handboeken of testformulieren vinden we nog de
aanbeveling om met een horizontale schouderas af te werpen. Dit klopt
niet met recente inzichten. Op video's van wereldtoppers is er
ook niemand te zien die met een horizontale schouderas afwerpt.
Het overdreven kantelen van de schouders is dan weer slechter voor
de rug. Het met opzet aanleren om de schouders te kantelen is dan
ook weer niet aangeraden. Wanneer een atleet vanuit de rechterschouder tracht
te werpen en zijn linkerblok stevig is, dan gaat de rechterschouder
automatisch omhoog.
Vanuit de schouder werpen gaat veel beter indien men een stevig linkerblok
heeft.
Elleboogflexies kleiner dan 60° zijn te vermijden: het veel gehoorde
vlak naast uw hoofd afwerpen is niet correct, en valt
ook niet waar te nemen bij wereldtoppers. Wat niet wil zeggen
dat men deze tip niet mag geven aan atleten die te veel naar buiten
afwerpen.
(zie foto's afworp met gekantelde schouders, bekijk de afstand speer tov hoofd)
Een ander kritiek punt voor de elleboog is het loslaten van de speer:
na het loslaten hebben de hand en de elleboog nog een hoge snelheid.
Het plots afremmen kan voor problemen zorgen in elleboog (en schouder).
Een goede follow-through vermindert de belasting op elleboog en schouder: breng
na het afwerpen de voorarm naar beneden voor het lichaam. Zo wordt
de overblijvende energie opgevangen in de grote spieren, niet in de elleboog of schouder.
Ook de positie van de hand ten opzichte van de onderarm is belangrijk
bij de afworp en de follow-through:
best is de hand in het verlengde of in lichte flexie ten opzichte van de
voorarm.
Wanneer de elleboog laag doorkomt
bij het afwerpen dan heeft men automatisch de neiging om de hand
in flexie te plaatsen ten opzichte van de voorarm.
(beelden follow-through)
Een ander probleem is het niet treffen van de speer, in alle
mogelijke vlakken. Door de krachten die daarbij optreden wordt de
belasting op elleboog (en schouder) veel groter.
Gebruik speren die aangepast zijn aan het niveau van de werper. Met
de nieuwe speren is er in het hoge gamma geen verschil meer in de
vorm van de speren. Zwaartepunt, diktes, positie van de koord, ...
verschillen niet bij speren in het hoge gamma. De verschillen tussen
de speren in het hoge gamma zit in de stijfheid van de speren.
Hoe stijver een speer, hoe minder ze zal trillen en daardoor zal
ze ook een klein beetje verder vliegen. Minder trillen betekent
echter ook een grotere belasting op het ellebooggewricht.
Neem daarom een speer die bij de mogelijkheden van de werper past.
Carbonsperen (carbon is veel stijver dan staal of aluminium) zijn
waarschijnlijk enkel nuttig voor werpers boven de 80 meter (het
wereldrecord is trouwens gevestigd met een aluminiumspeer).
Nordic is in 2003 op de markt gekomen met een carbonspeer die
hard is voor het handvat, maar zachter achter het handvat (soft tail carbon). Dit
lost bij carbonsperen voor een deel het probleem van de elleboogbelasting op.
De meeste elleboogproblemen hebben te maken met problemen
in ligamenten en pezen. Door het werpen ontstaan er microtraumata (miniscule
scheurtjes). Normaal groeien deze scheurtjes dicht en wordt de pees
of het ligament zelfs sterker (op dezelfde manier als spieren
sterker worden). Gezien pezen en ligamenten minder doorbloed zijn
dan spieren duurt dit versterken langer dan bij spieren. Wordt
er terug geworpen terwijl de scheurtjes nog niet hersteld zijn,
dan komen er steeds meer scheurtjes bij. Uiteindelijk gaat men dan
van onschuldige miniscule scheurtjes naar een grote scheur en beginnen
de problemen.
Het aantal worpen op volle snelheid dient beperkt te worden
bij de jeugd. Voor baseball raadt men aan dat jongeren
tussen 11 en 14 jaar op jaarbasis maximaal 600 worpen op volle snelheid doen.
Het herstel en de daaropvolgende versterking van pezen en
ligamenten duurt enkele dagen. Werpt men enkele dagen na elkaar
op volle snelheid dan is het herstel nog niet ver gevorderd en
komt men in een negatieve spiraal terecht. Wacht men te lang
met opnieuw werpen, dan is de versterking door de voorgaande
training terug verdwenen.
(zie principe supercompensatie)
In de praktijk komt het er op aan om met tussenpozen van een
paar (3 of 4) dagen door te werpen. Op die manier verstevigt men
continu de pezen, ligamenten en gewrichten. Tussendoor kan men
wel techniektraining doen, maar dan niet op volle snelheid.
Er zijn een aantal atleten die terug te vinden zijn in de uitslagen
van alle Vlaamse meetings met speerwerpen, dikwijls doen ze per weekend
drie wedstrijden. Dit valt uiteraard niet goed te keuren.
Sterke spieren en pezen rond de elleboog verminderen de kans op blessures.
Het juist treffen van de speer is ook belangrijk. Wanneer men een speer juist treft dan is er maar enkele cm2 luchtweerstand en weinig druk op de elleboog bij de afworp. Treft men de speer niet (bv. een grote aanvalshoek), dan heeft men tientallen cm2 luchtweerstand en een veel grotere druk op de elleboog.
Train ook deze spieren, vooral de biceps en de flexoren, extensoren
en rotatoren van de pols en de hand.
Oefeningen voor het verstevigen van de spieren rond de elleboog:
- Optrekken (biceps)
- Biceps curls
- Pols flexies
- Pols extensies
- Pols rotaties
- Knijpoefeningen (bv. knijpen in een tennisbal)
- Uiteenstrekken van de vingers tegen een weerstand (bv. een rek rond de vingers)
- Breng de elleboog in een onstabiele positie (bv. elleboog op een bal)
en tracht de elleboog te stabiliseren
(foto)
Elleboogproblemen kunnen ook voortvloeien uit problemen met de schouder.
Wanneer de schouder of de romp geen vloeiende beweging maken, dan wordt
de belasting op de elleboog groter. Als trainer dient men oog te hebben
voor het totale ritme van de afworp. Indien er geen vloeiend ritme is
dient men de oorzaak op te sporen om deze ritmestoornissen weg te
werken.
Elleboogbeschermers kunnen helpen om de belasting op de voorarmspieren
te spreiden.
De indoor slede-toestellen (bal aan een glijbaan) die men hier en daar gebruikt
zijn meestal een gevaar voor de elleboog doordat men bij deze toestellen
de arm en de pols meer dient te plooien dan bij een echte worp.
Bij een scheur van het UCL gaat men eventueel een Tommy John
operatie doen: men vervangt het ligament door een (ongebruikt) ligament
dat men elders wegneemt. (Tommy John was de eerste baseball pitcher
waarbij dit soort operatie werd uitgevoerd).
Info Tommy John en UCL problemen
Schouder
(tekeningen en foto's schouder en rotator-cuff)
Het schoudergewricht kan men vergelijken met een
golfbal op een kleine steun (ball and socket joint); de bal
is de gewrichtskop van het opperarmbeen (humerus),
de gewrichtspan (cavitas glenoidalis) is kleiner dan de gewrichtskop.
Daardoor kan de schouder in heel veel richtingen bewegen.
De steun is maar 6 cm2 groot. Andere structuren zijn
nodig voor de stabiliteit van het gewricht:
- het gewrichtskapsel ondersteund door ligamenten
- het labrum (een gewrichtslip van vezelachtig kraakbeen)
- spieren die men de rotator-cuff spieren noemt (supraspinatus,
infraspinatus, teres minor en subscapularis).
Typisch bij speerwerpen is het "rotator-cuff
impingement syndrome" (impingement = inklemming) dat pijn veroorzaakt
bij bovenhandse bewegingen. De rotator-cuff spieren en pezen worden
ingeklemd tussen de opperarm en het acromion (= bovenste deel schouderblad).
Het impingement syndrome kan verschillende oorzaken hebben:
- De pezen van de rotator-cuff spieren raken ontstoken (= tendinitis).
Door de zwelling vergroot de kans op inklemming. Door de inklemming
vergroot de kans op ontstekingen. Men zit dus al vlug in een
vicieuze cirkel.
- De slijmbeurzen (bursa, vergemakkelijken het
over elkaar schuiven van pezen en gewrichten) raken
ontstoken (= bursitis).
- Een te laks schouderkapsel waardoor de kop van de bovenarm
niet stabiel is en de rotator-cuff zwaar belast wordt (secondary impingement syndrome).
De ontstekingen kunnen veroorzaakt worden door:
- Overbelasting (te veel bovenhandse bewegingen).
- De rotator-cuff kan de krachten die optreden niet voldoende
opvangen (rotator-cuff is te slap als antagonist/stabilisator).
Hierdoor is er een lichte verandering in de mechanica van het
schoudercomplex waardoor de rotator-cuff tegen het acromion
of tegen het coracoacromiale ligament begint te schuren en zo
ontstaan de ontstekingen.
Het impingement syndroom kan ook een aangeboren oorzaak hebben:
de ruimte onder het acromion is te nauw, of het acromion heeft een scherpe kant.
Het één houdt echter verband met het ander, en bij één
probleem kan men in een negatieve spiraal terecht komen indien men zich
niet goed verzorgt bij de eerste symptomen: indien het acromion
te veel schokken krijgt doordat de rotator-cuff de belasting niet kan
opvangen, dan kan het acromion reageren door zich te verstevigen
(kalkafzetting bone spurs). Daardoor wordt de ruimte tussen het schoudergewricht
en het acromion nog nauwer. Door een kleinere ruimte zal het impingement
syndroom zich sneller opnieuw voordoen of wordt de bestaande kwetsuur erger.
Door de inklemming degeneren de pezen. Daardoor wordt de rotator-cuff
nog zwakker. Uiteindelijk krijgt men dan verrekkingen of scheuren
van de rotator-cuff.
Mensen met een laks schoudergewricht (weinig steun van kapsel en ligamenten)
hebben nog meer nood aan een goed functionerend spierapparaat. Veel
stabilisatietraining is hier zeker aangewezen, zowel van de spieren
in het glenohumeraal gewricht als van schouderbladfixatoren.
Mensen met een laks schoudergewricht hebben ook meer kans op
(sub)luxaties.
Qua speertechniek moet men er op toezien dat bij de afworp de schouder en het bovenste deel
van de romp in flexie of neutraal zijn. Is de schouder nog in extensie
als men afwerpt dan is de belasting op de achterzijde van de schouder en
op de rotator-cuff veel groter.
(zie afworp Zelezny)
De schouder dient ver genoeg ingedraaid te zijn: bij iemand die afwerpt
terwijl zijn schouderas niet loodrecht op de werprichting staat (of daar
zelfs voorbij), is de belasting op de rotator-cuff ook veel groter.
Net zoals voor de elleboog zijn een vloeiende beweging en een goede
follow-through belangrijk. (zie deel over elleboog).
Rotator-cuff problemen komen soms ook voor bij de trekbeweging
in het gewichtheffen: trekt men het gewicht te ver naar achter
en wil men het tegenhouden, dan ontstaat er een enorme belasting op
de rotator-cuff. In zo'n situatie is het beter om het gewicht
achter zich te laten vallen in plaats van het te willen tegenhouden.
Wie veel werpt krijgt sterke prime-movers van de schouder
(pectoralis, deltoideus, latissimus, ...).
De antagonisten moeten evenredig versterken;
vooral het trainen van de supraspinatus is belangrijk, dit is de belangrijkste
spier bij het afremmen van de werpbeweging.
Ook de schouderbladstabilisatoren (serratus anterior, trapezius, and rhomboideus) dienen getraind te worden want dit
is in de kinetische keten van de werpbeweging de schakel voor de
rotator-cuff.
Bij lenigheidsoefeningen voor de schouder dient een atleet er op te
letten dat hij zijn spieren rekt, en niet de rotator-cuff pezen.
Het is belangrijk om in de schouder een goed evenwicht te hebben tussen
lenigheid/beweeglijkheid en de kracht van agonisten/antagonisten/stabilisatoren.
Oefeningen voor de rotator-cuff:
(foto's)
- Externe rotatie met 0 graden abductie: Arm naast het lichaam, elleboog in hoek van 90°. Gewicht in
de hand. Beweeg het gewicht van voor het lichaam naar de zijkant
van het lichaam (externe rotatie van het schoudergewricht).
Bij deze oefening combineert men externe en interne rotatie.
- Externe rotatie met 0 graden abductie: Dezelfde oefening kan men beter doen met rekkers: maak een rekker
vast aan een sportraam of deurklink, sta met een zij naar dat
sportraam of de deur, en trek de rekker uit (beweeg arm van
voor het lichaam naar de zijkant van het lichaam).
Ofwel houdt men een rekker voor het lichaam en rekt men die uit
door de armen extern te roteren.
- Externe rotatie met 0 graden abductie: Dezelfde oefening kan men doen door op de zij te liggen en de
onderarm van evenwijdig met de grond naar loodrecht op de grond te bewegen.
- Externe rotatie met 90 graden abductie: bovenarm horizontaal,
elleboog hoek van 90°, onderarm naar boven brengen.
- Diagonale extensie (van links-voor-onder naar rechts-achter-boven).
Met rekker of toestel met katrollen.
- Schouder abductie al staand (niet hoger dan 90° gaan!).
- Schouder abductie, al liggend op de buik (omgekeerde flies)
- Flips, voorwaartse extensie (hand van onder in een boog naar
boven bewegen). Men kan dit met gestrekte arm doen, of men kan
de elleboog in een hoek van 90° houden.
- De volgende oefeningen zijn minder belangrijk omdat
ze meer overeenkomen met de werpbeweging
- Diagonale flexie (van rechts-achter-boven naar links-voor-onder).
Met rekker of toestel met katrollen.
- Interne rotatie met 0 graden abductie: maak een rekker
vast aan een sportraam of deurklink, sta met een zij naar dat
sportraam of de deur, en trek de rekker uit (beweeg arm van
de zijkant van het lichaam naar de voorzijde van het lichaam).
- Interne rotatie met 90 graden abductie: bovenarm wijst naar boven,
elleboog hoek van 90°, bovenarm van boven naar beneden brengen.
Voer deze oefeningen in uithoudingsvorm uit: lange reeksen, traag, en
werk zowel concentrisch (spier traag samentrekken) als excentrisch (spier
traag uitrekken).
Oefeningen voor de stabilisatie van het schouderblad:
- Buiklig in T-positie, duw duimen tegen de grond, beweeg schouderbladen
naar beneden en boven of naar elkaar toe
- Pompen, met de schouderbladen naar elkaar toe getrokken en het hoofd
lichtjes omhoog
- Liggen in Y-positie, armen van de grond heffen en terug naar de grond
- Liggend roeien
- Lat pull-downs
- Optrekken (armen breed, hoofd voor de baar).
- Voeten en handensteun, step-up met de handen, of voorwaarts en
zijwaarts bewegen.
- Reach-outs: buiklig op een bank, schouders over de rand van een bank,
bal of gewicht van tegen de bank naar voor uitstrekken.
Bij deze oefeningen dient men aandacht te schenken aan
de coördinatie en de recrutering van spieren: kan men bv. de armen bewegen
vanuit het schoudergewricht terwijl de schouderbladen worden stilgehouden
(glenohumerale dissociatie).
Stabilisatie-oefeningen dienen traag uitgevoerd te worden.
De belasting is licht en er worden veel herhalingen uitgevoerd
(trainen in uithoudingsvorm).
Naast problemen met de rotator-cuff treden soms ook scheuren van het
labrum of van het gewrichtskapsel op.
Rug
(Anatomie van de rug)
Rugklachten bij werpers zijn vooral te vinden in de lage rug.
Verschillende problemen kunnen zich voordoen:
- Spondylolysis is een typische kwetsuur voor bovenhandse werpers en
andere sporten waarbij er een hyperextensie van de rug is (polsstokspringers, turners, ...). Spondylolysis is eigenlijk een stressfractuur van de
wervelboog.
Spondylolysis kan aanleiding geven tot een ernstiger kwetsuur spondylolysthesis waarbij een wervel verschuift ten opzichte van de andere wervels.
- Geblokkeerde wervels: de facetgewrichten kunnen niet optimaal bewegen. Dikwijls gaat dit gepaard met een verkramping van de omliggende spieren.
- Verrekkingen en scheuren van rugspieren
- Ontstekingen
- Discus hernia: uitpuilende tussenwervelschijven waardoor zenuwen geïrriteerd worden. Acute hernia problemen zijn uiterst zeldzaam, maar de slijtage van de tussenwervelschijven kan versneld worden door het vele werpen en trainen.
Net zoals bij de elleboog en de schouder geldt voor de rug het principe
om een voldoende aantal dagen rust te laten tussen verschillende
trainingen waarbij de wervelzuil belast wordt (= vooral de werptrainingen
met aanloop op volle snelheid).
Eens men een zeker niveau bereikt dient men ook voldoende aandacht
te schenken aan het links werpen (voor rechtshandige werpers). Door
het vele werpen ontstaan er immers spieronevenwichten tussen de
linker- en de rechterzijde van de romp. Spieronevenwichten links/rechts
zijn niet gevaarlijk in bv. de armen of de schouders. Spieronevenwichten
tussen de twee lichaamshelften dienen wel vermeden te worden in de
benen en zeker in de romp.
Om problemen te vermijden dienen de spieren die de wervelkolom ondersteunen
en beschermen voldoende sterk te zijn.
Dat men buikspieren moet trainen is waarschijnlijk door iedereen
geweten. Enkel en alleen buikspieren trainen is echter niet de juiste
oplossing, want dan creeërt men juist spieronevenwichten. Naast
de buikspieren spelen de rugspieren zelf, de bilspieren, de
bekkenbodemspieren, de
quadriceps, de hamstrings, de adductoren, de iliopsoas en nog
een reeks andere spieren een rol
bij het stabiel houden en het ondersteunen van de lage rug.
Bij een normaal gebouwd atleet zou men al deze spieren evenredig
moeten ontwikkelen. Door de gewone training worden bv. de quadriceps
en de heupbuigers al sterk getraind. De aandacht dient meer op de andere
spiergroepen te liggen.
Qua buik- en rugspieren dient men rekening te houden met de verschillende
spiergroepen. Van belang is hier het onderscheid tussen de globale
spieren (mantelspieren, aan de buitenzijde van het lichaam) en de
lokale spieren (kegelspieren, dichter bij de wervelzuil) zoals de multifidus en de transversus abdominis.
Bij vele krachttrainingsprogramma's worden enkel
de globale spieren aangesproken. Daardoor
ontstaat er een dysbalans tussen de globale en de lokale spiergroepen.
In extreme gevallen worden de lokale spieren inactief.
De training van deze lokale spieren verdient
ruime aandacht in een trainingsprogramma.
Ondersteunen van de rug door de verschillende spieren heeft niet
alleen met kracht te maken, maar ook met de juiste coördinatie
(recrutering op het juiste moment), en met de juiste ademhalingstechnieken
bij krachttraining (onder druk zetten van de onderbuik).
In de praktijk is het belangrijk om een grote variatie van rompoefeningen
te gebruiken, en niet terug te vallen op enkele oefeningen zoals
sit-ups en rugextensies.
Qua techniek is er een dilemna: hoe groter de rugextensie, hoe langer
de bewegingsbaan en hoe verder men werpt (althans volgens de theorie van
de biomechanica).
De moderne speertechniek hecht echter minder belang aan een verre
lean-back. Men werkt nu meer op snelheid en een stevige linkerblok
om de speer een hoge eindsnelheid te geven. Een verre lean-back
is dikwijls nadelig voor de snelheid omdat een verre lean-back er voor
zorgt dat men niet snel over de rechtervoet kan komen (lichaamszwaartepunt
zit immers achter de rechtervoet),
met snelheidsverlies en ritmestoornissen tot gevolg.
In tegenstelling tot vroeger ziet men bij de huidige
toppers maar weinig lean-back van de romp.
Belangrijk is dat bij de afworp de bekkengordel min of meer horizontaal
is, en dat de onderrug niet te fel zijwaarts gebogen wordt. Het kantelen
van de schouder (rechterschouder hoger dan de linkerschouder) dient
vooral in de bovenrug te zitten die minder gevoelig is voor kwetsuren.
De techniekfouten te vroeg openen en/of de linkervoet
te ver naar buiten plaatsen (lands in the bucket) kunnen aanleiding geven tot
rugproblemen. Indien deze fouten voorkomen dan dienen ze met hoogste
prioriteit weggewerkt te worden.
Net zoals bij de schouders is het best dat men afwerpt met de romp
in lichte flexie. Blijft de romp in extensie
dan belast men de zwakste schakel
van de wervels (pars interarticularis) waar de meeste spondylolysis
gevallen zich voordoen.
Net zoals bij de elleboog en de schouder is een vloeiend ritme
belangrijk.
Bij de afworp dient de rechtervoet zo lang mogelijk steun te geven.
Bij de krachttraining dient men aandacht te schenken aan een goede
houding. Tracht steeds de neutrale positie van de onderrug (een lichte
kromming in de onderrug = de lendenlordose) te bewaren. Bij het
optillen van een gewicht buigt men door de benen en bewaart men
de normale lendenlordose.
Oefeningen zoals squat en dead-lift zijn enerzijds goed voor
het versterken van de onderrug, anderzijds kunnen ze problemen met de onderrug
veroorzaken indien de belasting te groot is.
Een juiste belasting is bij deze oefeningen zeer belangrijk.
Meer en meer werptoppers zouden de rugsquat verlaten en vervangen door
andere oefeningen zoals front-squat, step-up of éénbenige squat.
Het dragen van beschermingsriemen geeft extra steun en kan een goede
preventiemaatregel zijn. Tracht echter in eerste instantie de
spieren zo sterk te maken dat zij dienst doen als beschermende gordel.
Enkele rompoefeningen:
- Al hangend aan een baar benen optrekken
- Crunches (= bovenste buikspieren)
- Sit-ups met benen vast (hoogte variëren)
- Sit-ups met benen los en omhoog, eventueel al draaiend (L-elleboog naar R-knie, R-elleboog naar L-knie)
- Sit-ups met 1 been gekruist over het ander been
- Rotaties met halterstaaf
- Laterale flexies (zijwaartse sit-ups)
- Tik-tak (ruitenwissers)
- Autorijden (seated twists)
- Knipmes
- Twists al stappend
- Zijwaartse buigingen
- Buiklig, armen naar voor. Breng L-arm en R-been omhoog, wissel daarna
- Bilspieren: been achterwaarts heffen tegen weerstand
- Good-mornings
- Back-extensions
- Uitvalspassen
- Dead-lift
Oefeningen rompstabilisatie:
- Leren samentrekken van de transversus abdominis: ruglig, benen gebogen,
onderrug in neutrale positie, span de onderbuik aan (alsof u zich
in een te nauwe jeansbroek dient te worstelen). 10 seconden aanhouden.
Tracht de grote buikspieren ontspannen te houden.
Terwijl men deze positie aanhoudt bewegingen maken: benen beurtelings
opheffen, ze zijwaarts bewegen of ze uitstrekken.
- Waiter's bow: rechtstaand of op een stoel zittend,
onderrug
in neutrale positie, onderbuik aanspannen. Vanuit de heup (scharnierpunt
zit in de heupen) 20° naar voor buigen terwijl men de positie van
de onderrug niet wijzigt.
- Handen-voetensteun (romp en billen horizontaal, buik wijst naar beneden),
hef 1 arm en 1 been omhoog.
- Handen-voetensteun (romp en billen horizontaal, buik wijst naar boven),
hef 1 been omhoog.
- Lig op de schouders, benen gebogen (enkel de schouders en de platte
voet op de grond). Bovenbenen, billen en onderrug vormen 1 lijn.
Hef nu 1 been op. Maak met dit been eventueel bewegingen (cirkels of
vierkanten).
- Lig op de zij, enkel 1 schouder en 1 buitenkant van de enkel
hebben steun op de grond. Beweeg nu het bovenste been en de bovenste
arm.
- Staand, 1 voet 40 cm voor de andere. Steun op de achterste voet
en verplaats de romp langzaam tot boven de voorste voet.
Kom langzaam terug.
- Schouders op gymbal, voeten plat op de grond, bovenbenen en romp
horizontaal. Beweeg langzaam met de bal.
- Buik of bovenbenen op gymbal, handensteun, bewegingen maken.
- 1 benige squat
Lies
Lieskwetsuren zijn typisch voor alle werpnummers. Vooral verrekkingen,
scheuren of ontstekingen van de adductor of iliopsoas spieren en
pezen komen voor.
De voornaamste oorzaak is het niet opwarmen en niet trainen van deze spieren.
Het is vooral de lenigheid die hier getraind moet worden. Tijdens de opwarming
deze spieren stretchen kan veel onheil voorkomen.
Bepaalde techniekfouten kunnen aanleiding geven tot deze blessures, vooral
landing met de rechtervoet (na de impulspas) op meer dan 90° van de
werprichting.
Zoals bij alle kwetsuren aan de benen is de oorzaak dikwijls te vinden
in problemen met de lumbale wervelzuil en/of de bekken- en rugstabiliteit.
Liesproblemen zijn vervelende blessures, vooral multifactorieel. Nog
meer dan voor andere kwetsuren is voorkomen beter dan genezen.
Oefeningen lenigheid adductoren/psoas
- Been zijwaarts zwaaien
- Zijwaarts doorbuigen
- Liggend of zittend de benen zo ver mogelijk openspreiden
- Kleermakerszit
- Diep doorbuigen in uitvalspashouding
- Psoas stretch: ruglig op een bank, benen over de rand van de bank.
Trek 1 knie tegen de borst, het andere been zo ver mogelijk
naar beneden bewegen.
(zie aparte pagina lenigheidsoefeningen).
Oefeningen kracht adductoren
- Been zijwaarts zwaaien tegen weerstand
- Speciale adductortoestellen
Knie
Bij werpers die er in slagen het blokkeerbeen gestrekt te houden
is er een enorme belasting op de knie.
De voorste kruisband (anterior cruciate ligament (ACL)) verzorgt 90% van de kniestabiliteit (passieve stabiliteit).
(ACL + Anatomie van de knie)
De kniestabiliteit dient
extra getraind te worden. Naast oefeningen voor de hamstrings en de quadriceps
(hamstring cranes en hamstring curls,
beenstrekoefeningen (worden normaal gezien voldoende getraind), ...)
dient men ook stabilisatie-oefeningen voor de knie te doen.
Stabilisatie-oefeningen voor de knie waarbij er gebruik gemaakt
werd van balanceerplanken (= proprioceptieve oefeningen)
deden het aantal knieproblemen met een
factor 7 dalen.
Oefeningen kniestabiliteit:
- Op 1 been staan (voet - knie - bekken op lijn) en door dat been buigen.
- Uitvalspas niet te groot, diep door knie buigen en enkel op tenen
steunen.
- Zijwaartse uitvalspas.
- Wisselpassen (omspringen), telkens stoppen en stabiel staan na de omsprong.
Naast scheuren van de voorste kruisband kan het
kraakbeen van de knieschijf beschadigd worden door de herhaaldelijke
belastingen (patellafemorale problemen).
Ook hier zijn stabilisatie-oefeningen nuttig voor
het voorkomen van problemen. Legextensie-oefeningen kunnen bijdragen
tot het optreden van deze problemen, legextensies zijn te vermijden.
In de trainingsopbouw van een speerwerper komen ook veel spurt-, sprong-
en krachtoefeningen (bv. squat) voor waarbij de knie zwaar belast wordt.
Typische kniekwetsuren zoals een springersknie (jumpers knee,
= ontsteking van de pees die van de knieschijf naar het onderbeen
loopt; deze pees is het verlengde van de quadriceps; ontsteking geeft
pijn onder de knie) komen ook bij speerwerpers voor.
Een springersknie kan men voorkomen door de quadriceps lenig te houden
en door de stabiliteit van de knie te verhogen.
De springersknie is een typische overbelastingsblessure.
Overbelasting ontstaat doordat de belasting hoger is dan de
belastbaarheid van de knie en de bovenbeenspieren.
- Te hoge belasting
- Te zware oefeningen (bv. te zware squat).
- Te veel herhalingen (bv. een reeks meersprongen verderzetten
als men begint door te zakken of als de gesprongen afstand
sterk afneemt).
- Te diep doorzakken bij de (af)zet van een sprong. Explosieve oefeningen
waarbij de knie meer dan 90° gebogen wordt (bv. kikkersprongen)
zijn absoluut te vermijden. Ook meniscusproblemen vinden
dikwijls hun oorzaak in bewegingen met te diepe kniebuigingen.
- Verminderde belastbaarheid
- Onvoldoende kracht of coördinatie in de bovenbeenspieren.
- Een afwijkende stand van het been (bv. X- of O-benen), de knie of de voet
Het niet indraaien van de rechterknie (mogelijke oorzaak: slechte
plaatsing rechtervoet bij landing uit impulspas) of het schuin plaatsen
van blokkeervoet/blokkeerbeen kunnen eveneens de oorzaak
zijn van problemen met de kruisbanden of de menisci.
Bij jongeren die de groeispurt doormaken komt de Osgood-Schlatter ziekte
veel voor: dit zijn ontstekingen aan de groeischijven van de bovenzijde
van het scheenbeen. Vermijden van trekkracht door de quadriceps
(= niet springen of lopen) is de oplossing.
Voet- en enkelkwetsuren
Enerzijds kan een speerwerper zijn voet omslaan door met speerspikes
uit te schuiven op de metalen of betonnen rand van de aanlooppiste.
Ook op training stopt men de worp best op het tartan, niet er voorbij.
Een typische voetkwetsuur bij atleten zijn
vermoeidheidsbreukjes (stressfractuur), kleine breukjes in het bot
die ontstaan door overbelasting (vooral door buigkrachten op het bot).
De eerste aanwijzingen zijn pijn bij de landing van de voet. Indien
men dit voelt moet men stoppen met lopen en springen.
Enkele oorzaken van stressfracturen aan de voet:
- Overbelasting (bv. te veel sprongtraining)
- Te veel trainen op harde ondergrond
- Onaangepast schoeisel
- Afwijkingen aan de voet: platvoeten, holvoeten, knikvoeten of andere
afwijkingen (bv. beenlengteverschil).
Bij de eerste symptomen van een stressfractuur aan de voet
laat men best een podologisch onderzoek uitvoeren. Slechts 5% van
de bevolking zou correcte voeten hebben. De andere 95%
kunnen best steunzolen gebruiken als ze hun voeten intensief
belasten tijdens het sporten.
De strekkers van de voet zijn bij de meeste atleten voldoende getraind.
Train echter ook de buigers van de voet.
Een slechte stand van de voeten of de benen, overbelasting, steeds trainen
op te harde ondergrond of trainen met onaangepast schoeisel zijn dikwijls
ook de oorzaak van andere kwetsuren zoals ontstekingen aan de achillespees
of beenvliesontsteking.
Hamstrings
De hamstrings zijn de spieren waar de meeste spierverrekkingen of spierscheuren
voorkomen. Door het veelvuldig trainen van de quadriceps bij het
spurten, het springen en de krachttraining krijgt men al snel
een spieronevenwicht tussen beenstrekkers en beenbuigers.
Problemen met bekken of onderrug zijn dikwijls
de oorzaak van problemen met de hamstrings.
De hamstrings dienen lenig gehouden te worden. Ze versterken kan men
met oefeningen zoals hamstring cranes (= excentrisch) en hamstring
curls (= concentrisch).
Andere
Uiteraard zijn nog andere kwetsuren mogelijk, en dit zowel aan
de lichaamssegmenten die reeds besproken werden als aan andere
lichaamssegmenten. Met bovenstaand overzicht hopen we de speerwerpers
en hun trainers een bondig overzicht gegeven te hebben van de mogelijke
problemen en hoe ze hier kunnen op anticiperen.
Dankwoord
Dank aan kiné's Jan Moons en
Robbie Billen en
aan mijn vrouw Prof. Dr. Hilde Pincé voor het
verduidelijken van enkele onderwerpen.
Referenties
Hierna staan de referenties naar de gebruikte informatiebronnen. Vele
websites zullen na verloop van tijd verdwijnen. De auteur heeft thuis
alle teksten afgedrukt, wie ze wil uitlenen kan altijd
contact opnemen.
- Remedial exercises for the prevention of shoulder injuries in the Javelin Throw, Vern Gambetta, New Studies in Athletics, september 1993, p 45-50.
- Most common injuries suffered by javelin throwers and preventive measures, McGill, Ballesteros, Guarda, Whitbread, Borgström, Heikkila, Kühl, Launder, New Studies in Athletics, september 1993, p 28-32
- A Cursus speer, R. Didden, p 49-54 (rekkingsoefeningen schouders en triceps)
- Movement and stability dysfunction - contemporary developments. M.J. Comerford, S.L. Mottram, Manual Therapy (2001) 6(1), p 15-26
- Functional stability re-training: principles and strategies for managing mechanical dysfunction. M.J. Comerford, S.L. Mottram, Manual Therapy (2001) 6(1), p 3-14
- Dynamic stability of scapula. S.L. Mottram, Manual Therapy (1997) 2(3), p123-131
- users.pandora.be/robnet/robnet/muscle%20imbalance.htm Muscle Imbalance
- kineticcontrol.com artikels over stabiliteit
- www.asmi.org/SportsMed/throwing/thrower10.PDF ASMI Thrower's Ten Exercise Program
- www.sportsinjurybulletin.com/archive/ Archieven sportsinjurybulletin
- www.asmi.org/SportsMed/injury/injury_elbow.html ASMI Elbow injuries
- www.asmi.org/SportsMed/injury%20mechanism/pathomechanics_of_shoulder_injur.html ASMI shoulder injuries
- www.public.asu.edu/~ykim19/korean/EPE598/extra%20shoulder%20slides.pdf Schouder, beweging bij baseball en belasting op spieren daarbij
- www.medicalmultimediagroup.com/pated/shoulder_problems/impinge.html Impingement syndrome
- sportsmedicine.about.com/library/injury/bl_shoulder4.htm Shoulder Tendinitis, Bursitis, and Impingement Syndrome
- www.public.asu.edu/~ykim19/korean/EPE598.htm Biomechanics of Bone, Articular Cartilage, Tendons and Ligaments, Muscles (hip, knee, ankle, spine, shoulder, elbow and wrist)
- www.intrex.net/klubkeihas/articles/article5/shoulder_training.htm Shoulder training
- Music playlist for athletes
- www.bslwebwinkel.nl/secties/stimulus/artikel.pdf Is rekken zinvol
- www.sgma.com/sports_development/bbsb/2003/youth-pitching-asmi2003.ppt Injury prevention related to pitching
- sec.healthsouth.com/stream/sec/app/frame?2=article.jsp,0,cc_sports_ulner Investigating the Biomechanics of UCL Injuries
- asb-biomech.org/onlineabs/abstracts2000/pdf/031.pdf Biomechanics of pitching with injury implications
- www.setpro.com/NEWWEB/sptfpbt00.htm MECHANICAL FAULTS COMMON TO HIGH SCHOOL AND COLLEGE PITCHERS
- www.setpro.com/NEWWEB/sptfpbt10.htm Video analysis of the pitching motion
- www.webball.com/bullpen/shah3.html Pitcher Development
- tennis.about.com/gi/dynamic/offsite.htm?site=http%3A%2F%2Fwww.ultrafitt.com%2Far13.html Coping with Tennis Elbow
- www.athleticadvisor.com/Injuries/AtAd_Index.htm Athletic Injuries
- www.sportsci.com/SPORTSCI/january/bob.html The Pitcher's Shoulder (Ariel's CyberSport)
- www.rugspraak.nl/stabilisatietraining.htm Rugspraak stabilisatietraining rug
- www.physioroom.com/injuries/lowerback/slipped_disc_exer2.shtml Physioroom stabilisatie-oefeningen rug
- www.nismat.org/ptcor/lbp/index.html Low Back Pain and Lumbar Stabilization Exercises
- www.nismat.org/ptcor/tennis_shoulder/index.html Keeping Your Tennis Shoulder Tuned
- www.nismat.org/ptcor/tennis_elbow/index.html Tennis Elbow - Lateral and Medial Epicondylitis
- www.nismat.org/ptcor/ham/index.html Hamstring Pull (Strain)
- hawaiiortho.com/Patient_Info/Shoulder/Exercises/exercises.html Shoulder Exercises
- www.physsportsmed.com/issues/1996/05_96/nirscpa.htm Keeping Tennis Elbow at Arm's Length: Simple, Effective Strengthening Exercises
- www.sportsmed.org/Publications/Stips/Overuse.htm Elbow Overuse Injuries
- www.nlm.nih.gov/medlineplus/tutorials/rotatorcuffinjuries.html MedLine NIH Rotator Cuff exercises
- www.jointhealing.com/pages/shoulder/shoulder_anatomy.html shoulder anatomy
- www.jointhealing.com/pages/shoulder/rotcuff_tend_1.html Rotator Cuff Tendinitis
- www.sportsinjurybulletin.com/archive/tennis-sprinting.html Tennis injury prevention and sprinting injury prevention exercises
- www.sportsinjurybulletin.com/archive/groin-injuries.html Groin injuries: Groin problems can pose a difficult assessment challenge, when sifting through all the possible differential diagnoses of groin pain
- www.sportsinjurybulletin.com/archive/adductor-magnus.html Injury clinic - Adductor magnus
- www.sportsinjurybulletin.com/archive/shoulder-injuries.html Common shoulder injuries - If you're an 'overhead athlete', you may fall prey to chronic shoulder pain. Here's how to prevent it.
- www.sportscience.org.nz/publications/guidelines/Section2/2.10_FlexibilEty_and_Muscle.pdf Muscle balance Assessment
- Opening your left shoulder before your plant hits is a major contributor to low back pain
- users.pandora.be/orthopediehasselt/Infopatient/rotatorcuff_bestanden/Rotator-cuff-letsels.htm Orthopedie Ziekenhuis Hassel Rotator Cuff letsels Overzicht ingrepen + revalidatie Orthopedie Associatie Hasselt
- www.injurycontrol.com
- www.diagnostiek.freeler.nl/Impingementsyndroom.htm Impingementsyndroom
- kinesitherapie.start.be
- orthoinfo.aaos.org/booklet/view_exercise.cfm?Thread_ID=19&topcategory=Shoulder Oefeningen na schouderoperatie
- http://www.mednets.com/index.cfm/fuseaction/articles_basic_wrist_and_elbow_rehabilitation_shoulderrehab Shoulder rehabilitation exercises
- http://www.maitrise-orthop.com/corpusmaitri/orthopaedic/mo77_dumontier/index_us.shtml Clinical Examination of the elbow
- http://orthoinfo.aaos.org/fact/thr_report.cfm?Thread_ID=17&topcategory=Spine Back pain exercises
- home.earthlink.net/~farwoods/index.html LUMBAR SPINE STABILIZATION TRAINING
- www.bodybuilding.com/fun/softball2.htm Core strength execises
- www.physioroom.com/injuries/lowerback/spondylolysis_full.shtml Spondylolysis
- PEDIATRIC AND ADOLESCENT SPORTS INJURIES
- www.sportsinjurybulletin.com/archive/1090-lower-back-spams.htm Lower back spams
- misc.fitness.weights FAQ
- www.lakewoodclinic.com/Reprint.PDF Injuries in field events: a brief survey
- www.ortho-u.net/o6/32.htm Throwing shoulder
- www.ormtho-u.net/o2/138.htm Medial Collateral Ligament of the Elbow
- www.emedicine.com/radio/topic630.htm Shoulder, Dislocations
- http://www.sealweenies.com/documents/technical_article_on_shoulder_in.htm Technical Article on Shoulder
- www.iartonline.ca/articles/tendon.html Tendon injuries
- javuk.150m.com/bistudy.htm Biomechanical study of the javelin throw
- www.pueblo.gsa.gov/cic_text/health/qa-knee/tendons.htm Tendon Injuries and Disorders oa Osgood-Schlatter Disease aan de knie
- physiotherapy.curtin.edu.au/community/educational_resources/ep552_97/mbalance.html Can we Assess Muscle Balance?
- www.isokinetics.net/joints/first.htm Isokinetic testing and exercises
- www.tenniselleboog.nl/oefeningen.html Oefeningen stretching elleboog
- www.meddean.luc.edu/lumen/MedEd/GrossAnatomy/dissector/muscles/muscles.html Muscle List
- athletics.cerrocoso.edu/sportsmedicine/spine_injuries.htm Lumbar Spine Injuries
- www.med.umich.edu/1libr/sma/sma_index.htm Sports Medicine Health Index, University of Michigan
- www.neurochirurgie-zwolle.nl/RUG_rugpijn.html Rugpijn
- www.backstretcher.com/rugklachten.php Rugklachten
- The prevalence of spondylolysis in the Spanish elite athlete
- kidshealth.org/parent/nutrition_fit/fitness/sports_safety_p3.html kidshealth.org Common Types of Sports Injuries
- www.physsportsmed.com/issues/1998/02feb/laskow.htm Weight Training Injuries
- www.physsportsmed.com/issues/1998/02feb/laskow2.htm Weight Training Injuries (part 2)
- www.sportsdoc4kids.com/pages/749477/ SportsDoc4Kids veel voorkomende sportkwetsuren bij de jeugd
- coewww.rutgers.edu/classes/mae/mae471/chapter.pdf The biomechanics of the lumbar spine
- www.overspeedtraining.com/legsart.htm Step-up ipv dead-lift om de rug te sparen (Hongaarse
beentraining geheimen)
- www.knau.nl/global.php?nfo=medisch/artikelen.php KNAU medische artikelen
- yourmedicalsource.com/library/acltears/ACL_whatis.html Knee anatomy + ACL tears
- www.athleticadvisor.com/Injuries/LE/Knee/preventing_acl_tears.htm Preventing ACL tears
- www.jointinjury.com/
- www.drdillin.com/education/basics_lspondy_ais.htm Spondylolythesis + tekeningen pars interarticularis
- www.general.monash.edu.au/muarc/rptsum/muarc181.pdf Volleybal injuries
- www.physsportsmed.com/issues/1996/11_96/koehler.htm Swimmers shoulder
- www.emedicine.com/sports/topic125.htm Swimmers shoulder + testen om juiste diagnose te stellen
- www.ithaca.edu/students/ktakii1/webunit.htm Rotator Cuff Exercises
- www.nsca-lift.org/perform/Issues/0206.pdf Core training
- Lateral epicondylalgia: a musculoskeletal physiotherapy perspective
- www.emedicine.com/pmr/topic117.htm DOMS Postexercise Muscle Soreness
- www.sportsinjurybulletin.com/archive/1077-muscle-soreness.htm Muscle Soreness
- muscle.ucsd.edu/more_html/papers/2002/ajp11-02.shtml Muscle Physiology: Mechanisms of muscle injury gleaned from animal models
- http://www.uoguelph.ca/~dstevens/research/Cur_proj.htm Prevention of muscle injury
- What protein-intake pattern might best boost recovery after overuse injury
- www.aafp.org/afp/20000201/691.html Evaluation of Overuse Elbow Injuries
- radiology.rsnajnls.org/cgi/content/full/2271020288v1i UCL radiology
- www.aafp.org/afp/20000201/691.html Elbow injuries
- www.sportblessures.netfysio.nl/index.html
- Schoudercalcificaties
- http://www.sportsinjurybulletin.com/archive/proprioceptive-exercises.html proprioceptive training als kwetsuurpreventie
- UCL injuries (discussiefoprum speer)
- Sports hernia and javelin throwing
- www.knltb.nl/KNLTB/Gezondheid/blessurepreventie/blessures.htm#2 Tenniselleboog, info tennisbond
- Tijdschrift voor Geneeskunde, 60, nr 6, 2004, p. 429: Sportletsels van de knie
- http://physiotherapy.curtin.edu.au/resources/educational-resources/exphys/01/hamstringinjury.cfm Hamstring injuries
- Studentenwerken door:
- Annelies Noyens, Tine Vanhullebusch, Pieter Van Noten, Oliver Wagner (K.U.Leuven, Letsels bij speerwerpen, K.U.Leuven, januari 2005) (copie op aanvraag)
- Dirk Van der Avert
Zie ook Checklist kwetsurenpreventie speer
Zie ook Powerpoint slides