Sen    Catherine    Edwin    Elyne    Fredje    Gertjan    Hannelaure    Richard    Sarah   
Jun    Arne    Ellen 
Scholieren    Cato    Dries    Elias    Inge    Jonas    Katelijne    Kobe 
Cadetten    Ilya    Jacob    Lisemarie    Siebe 

Herman's Atletenteam: reglementen

halter

Voor de volledige reglementen zie de VAL site of zie het IAAF handbook.

Atleten dienen de reglementen te kennen. Er is niets erger dan een goede prestatie die de mist ingaat door een fout tegen de reglementen.

Daarom volgt hier een overzicht van een aantal reglementen:

Maak geen nul
Hulp van buitenaf, communicatie met de trainer
Deelname aan twee proeven
Aantal en lengte van de spikespinnen
Categorieën
Gehinderd worden
De kampplaats verlaten
Onterechte nul?
Belgische records
Op de lijn is ...
Eigen materiaal
Een poging onderbreken
Oefenworpen
Beschermingsmiddelen (polsband, gordels, ...)
Merktekens
Aantal pogingen: 3, 4 of 6
Afstanden, hoogtes en aantal hordes
Bedank de officiëlen


Maak geen nullen

Verlaat kogel- en discuscirkel langs achter. Normaal ligt er een witte lijn buiten de cirkel, ga achter die lijn buiten zonder over de lijn te lopen. Voor men de cirkel verlaat dient men in evenwicht te zijn, en men mag de cirkel niet verlaten voordat het werptuig neergevallen is.
Bij het speerwerpen ligt de witte lijn naast de afwerpboog.
Bij het kogelstoten dient men tijdens het aanglijden de kogel in de hals te houden.
Indien een discus de kooi raakt maar binnen de lijnen valt en de atleet verlaat de cirkel op een geldige manier, dan is de poging geldig.
Maak geen nullen bij minder goede worpen: bij een gelijke afstand tussen twee deelnemers vergelijkt men de tweede beste poging, is die ook gelijk dan telt de derde beste poging, enz.
Clubuitrusting en rugnummer zijn verplicht.

Hulp van buitenaf, communicatie met de trainer

Een atleet mag normaal zijn kampplaats niet verlaten en geen raad vragen aan de trainer. Een atleet mag echter wel luisteren naar wat de trainer te vertellen heeft, en mag daarvoor naar de rand van de kampplaats gaan.
Behalve zoals bepaald in dit artikel en in Art. 165, 167 en 191 mag een deelnemer gedurende het verloop van de wedstrijd geen hulp geven of ontvangen. Onder "hulp" dient te worden verstaan een rechtstreekse hulp met gelijk welk middel, inbegrepen alle technische middelen. "Hulp" wil eveneens zeggen "het wedstrijdtempo te regelen door personen die niet aan de wedstrijd deelnemen, door gedubbelde deelnemers of door gelijk welke soort technische apparatuur". In internationale wedstrijden is het gebruik door atleten van video- of cassetterecorders, radio's, CD-spelers, walkietalkies, draagbare telefoons of soortgelijke toestellen op het wedstrijdterrein niet toegelaten. Iedere atleet die hulp krijgt of geeft zal door de scheidsrechter worden verwittigd. Bij herhaling volgt diskwalificatie. Bij de kampnummers blijven de tot dan toe geleverde prestaties geldig. In het kader van dit artikel worden volgende punten niet beschouwd als niet-toegelaten hulp :
  • een medische tussenkomst gedurende het verloop van een proef, door medisch personeel, aangeduid door het organisatiecomité.
  • Gelijk welke communicatie, mondeling of andere, en die gegeven wordt zonder technisch hulpmiddel door een persoon die zich buiten het terrein bevindt.
Het is de atleten nochtans niet toegelaten de onmiddellijke omgeving van hun proef te verlaten of een dialoog aan te gaan met mensen buiten het wedstrijdterrein. De atleten die deelnemen aan een proef op het binnenterrein en die de baan naar de buitenkant oversteken, overtreden dit artikel.

Deelname aan twee proeven

  • Wanneer men ingeschreven is voor twee wedstrijden, en men beslist nadien om de eerste wedstrijd toch niet mee te doen, dan dient men te starten in de eerste wedstrijd! Zoniet kan de organisator de deelname aan de tweede wedstrijd weigeren. Bij de eerste wedstrijd moet men starten (loopnummer), of een poging doen (desnoods een nul), maar men moet de wedstrijd niet verderzetten.
  • Wanneer twee wedstrijden gelijktijdig doorgaan dan kan men aan de official vragen om een poging eerder of later te doen in dezelfde beurtronde. In éénzelfde ronde mag men maar één poging doen. Indien een atleet niet aanwezig is tijdens een beurtronde dan is dit een verzaking (niet geworpen) voor die ronde.

Aantal en lengte van de spikespinnen

Maximaal 11 pinnen per spike. Op tartan is de maximale lengte 9 mm, behalve voor hoog- en speerspikes waar de maximale lengte 12 mm is.

Categorieën

VAL/KBAB
De deelnemers zijn verdeeld in de volgende ouderdomscategorieën:
Catgeorie Kogel Discus Speer
Veteranen mannen: de dag dat de atleet 40 jaar wordt, vervolgens per schijf van 5 jaar Afhankelijk van leeftijd Afhankelijk van leeftijd Afhankelijk van leeftijd
Veteranen vrouwen: de dag dat de atlete 35 jaar wordt, vervolgens per schijf van 5 jaar Afhankelijk van leeftijd Afhankelijk van leeftijd Afhankelijk van leeftijd
Seniores : het jaar dat de atleet 20 jaar wordt 7.257 kg / 4 kg 2 kg / 1 kg 800 g / 600 g
Juniores : het jaar dat de atleet 18 jaar wordt 6 kg / 4 kg 1.75 kg / 1 kg 800 g / 600 g
Scholieren : het jaar dat de atleet 16 jaar wordt 5 kg / 4 kg 1.5 kg / 1 kg 700 g / 600 g
Kadetten : het jaar dat de atleet 14 jaar wordt 4 kg / 3 kg 1 kg / 1 kg 600 g / 500 g
Miniemen : het jaar dat de atleet 12 jaar wordt 3 kg / 2 kg 1 kg / 600 g 400 g / 400 g
Pupillen : het jaar dat de atleet 10 jaar wordt 2 kg / 2 kg 600 g / 600 g hockey (135 g)
Benjamins : het jaar dat de atleet 7 jaar wordt 1 kg / 1 kg geen discus voor benjamins hockey (135 g)
IAAF
De volgende leeftijdscatigorieën worden toegepast voor IAAF-competities:
  • Juniores mannen en vrouwen : alle atleten van minder dan 20 jaar op 31 december van wedstrijdjaar.
  • Veteranen mannen : alle mannelijke atleten vanaf hun 40ste verjaardag
  • Veteranen vrouwen: alle vrouwelijk atleten vanaf hun 35ste verjaardag

Gehinderd worden

Ingeval een deelnemer gehinderd wordt in een kampnummer, heeft de scheidsrechter voor kampnummers het recht hem een bijkomende poging toe te staan.
Wanneer het tuig stuk gaat tijdens de worp of de landing (bv. speer die breekt tijdens de vlucht of indoorkogel die barst), dan mag men normaal opnieuw werpen.

De kampplaats verlaten

Normaal mag een atleet de kampplaats niet verlaten. Wanneer men bv. dringend naar de WC moet dan kan men dit vragen aan de official. Normaal zal hij dan de toelating geven om het terrein tijdelijk te verlaten.

Bij kampnummers en meerkamp mag een deelnemer het wedstrijdterrein verlaten door toelating en onder controle van een jurylid.
(onder controle van een jurylid gebeurt normaal enkel bij belangrijke wedstrijden)

Onterechte nul?

Wanneer men denkt dat een official ten onrechte een nul geeft, dan mag men steeds vragen om de poging toch op te meten. Nadien kan men naar de hoofdscheidsrechter gaan en vragen om de poging toch goed te keuren.

Belgische records

Indien men een Belgisch record werpt, dan dienen volgende handelingen te gebeuren:
  • De poging moet een tweede maal opgemeten worden, ditmaal met een stalen meter.
  • Het gebruikte werptuig moet opnieuw gewogen en gecontroleerd worden (zwaartepunt bij speren).
  • Vanaf junior dient men binnen de 48 uur een dopingcontrole te ondergaan.
  • De scheidsrechter dient een formulier in te vullen.

Op de lijn is ...

Op de lijn werpen is buiten. Op de rand van de cirkel of de stootbalk komen betekent een ongeldige poging, er tegen komen is toegestaan.
Cirkels verlaat men langs achter om dicussie te vermijden of men nu al dan niet over de witte lijn geweest is. Droogdoeken legt men achter de cirkel, zodanig dat men zeker langs achter de cirkel verlaat.

Een cirkel of speersector dient men langs achter en in evenwicht te verlaten nadat het werptuig neergekomen is.

Eigen materiaal

Eigen materiaal of materiaal van de club dat men meeneemt naar wedstrijden dient men op voorhand te laten controleren (gewicht, zwaartepunt bij speren).

Speren, hamers en discussen zijn persoonlijke tuigen behalve op Vlaamse en Belgische kampioenschappen. D.w.z. dat u in een gewone wedstrijd uw speer, hamer of discus niet moet afstaan aan een andere deelnemer.
(voor speer was deze regel al lang in voege, voor hamer en discus is deze regel in voege vanaf 1 april 2002)

Een poging onderbreken

Wanneer men een werppoging onderneemt en men voelt dat er iets niet juist is, dan mag men die poging onderbreken en opnieuw beginnen. Men dient dan wel eerst in evenwicht te komen. Wanneer men de cirkel langs voor verlaat, dan is de poging ongeldig.
Men dient uiteraard binnen de talmtijd te blijven (tijd waarbinnen men zijn poging moet aanvangen). De talmtijd is 1 minuut bij werpnummers.

Oefenworpen

  • Oefenworpen: in volgorde van de wedstrijd en onder toezicht van juryleden. Hou er rekening mee dat wanneer het programma uitloopt men soms maar 2 opwarmingsworpen toelaat.
  • Tijdens de wedstrijd mag men geen oefenworpen meer doen.
  • Een tuig terugwerpen (van de valsector naar de werpplaats) is verboden.

Beschermingsmiddelen (polsband, gordels, ...)

  • Vingers samenkleven mag niet, tenzij met medisch attest of om een wonde te bedekken. Bij hamerslingeren mag men wel een kleefband aanbrengen rond iedere vinger.
  • Tenzij bij hamerslingeren zijn handschoenen niet toegelaten.
  • Men mag geen stof op de bodem of op het schoeisel aanbrengen.
  • Een stof op de handen aanbrengen voor een betere greep is toegelaten.
  • Polsband en gordel ter bescherming van de rug zijn toegelaten.

Merktekens

Bij speerwerpen mag men merktekens (maximaal 2) plaatsen naast (dus niet op) de aanloopbaan. Indien de organisator geen merktekens ter beschikking stelt mag men eigen merktekens gebruiken. Die merktekens moeten wel verwijderbaar zijn zoals plakband of schoenen, maar onuitwisbaar krijt is bv. niet toegelaten.
PS: Gebruik naast schoenen ook altijd plakband, men loopt al vlug eens tegen een schoen.

Aantal pogingen: 3, 4 of 6

Tot en met miniem en tijdens een meerkamp heeft men maximaal 3 pogingen. Op andere meetings mag de organisator kiezen tussen 6 of 4 (of bij overmacht zoals invallende duisternis zelfs minder) pogingen.
Uiteraard gaat een werper die zichzelf respecteert niet naar meetings van organisatoren die 4 pogingen geven.

Bedank de officiëlen

Bedank de officiëlen na een wedstrijd. Voor deze mensen zijn het soms lange dagen, en zonder hun zou atletiek niet mogelijk zijn. De meeste officiëlen zijn atletiekliefhebbers in hart en nieren en supporteren ongemerkt voor iedere deelnemer, maar uiteraard dienen zij de regels stipt toe te passen en zich neutraal te gedragen. Een dankbetuiging is een kleine moeite voor de atleet, maar een grote waardering voor de official.